Nieuwsbrief |    Beste wensen voor 2018!

Little lights in the darkness

Wij wensen u een hartverwarmend 2018!
Moge u vriendelijkheid, warmte en behulpzaamheid ontmoeten
en zelf een lichtje zijn voor anderen.

 

We nodigen u uit om even de tijd te nemen. Lees dit verhaal. Maak een wens en ga ervoor!

Veel leesplezier!

Dit jaar besloten we om samen met een bevriend koppel met Kerst een weekendje naar het buitenland te trekken. De bus zou vrijdagnacht van het station vertrekken.

Toen het zover was reden we met ons vieren naar het station. Onderweg regende en waaide het flink, maar dat kon onze pret niet bederven.
Na een tijdje wachten kwam onze bus aangereden. We stapten opgewonden in en zochten een plaatsje waar we met ons vieren gezellig met elkaar konden babbelen.
De stemming was opperbest. Iedereen was blij en goed gehumeurd.

Om klokslag middernacht vertrok de bus. De stem van onze reisbegeleider klonk door de micro.
Hij vertelde ons hoe de reis zou verlopen en gaf ons de raad om nog wat te slapen tot we aan de grens zouden aankomen.
We waren te opgewonden om te slapen, maar na een tijdje dommelden we toch in. Bij de grens aangekomen weerklonk opnieuw de stem van de gids. Korte halte om de benen te strekken en onze paspoorten uit te halen.
We keken elkaar aan. Dit ging als een schok door ons heen. Onze pas! Die waren we vergeten! We hadden het gevoel dat onze maag in onze knieën zonk. Ik trok naar de begeleider, maar kreeg te horen waar ik al bang voor was: geen pas, geen reis!

Onze ontreddering was immens. Dit was het dus, het einde van onze mooie reis. Wij stapten uit, noodgedwongen. We staarden naar de bus die wegreed in de donkere nacht. Het regende. Daar stonden we nu, helemaal alleen. Eenzaam keken we rond. Wat verderop zagen we een hotel. Die keek ons vijandig aan, donker en gesloten. Misschien toch het proberen waard om aan te kloppen. Wie weet? Helaas. Geen kat te zien. We keken elkaar aangeslagen aan.

Wat verderop merkten we wegwijzers op. Alle richtingen. Centrum. Als we slaapgelegenheid wilden vinden, gingen we best richting centrum. Het zou een flinke wandeling worden. Het weer zat tegen. We rilden van de kou. We liepen vooruit gebogen, tegen de wind in en dicht tegen elkaar aan. Onderweg kwamen we een paar fietsers tegen. Ongetwijfeld studenten, hun liedjes te horen. Toen ze onze verwaaide en druipnatte gestalten opmerkten, stopten ze met zingen, mompelden iets tegen elkaar en zetten hun weg voort, zigzaggend en lachend. Ze keken niet meer achterom.

In het centrum aangekomen bleek er niets, maar dan ook helemaal niets waar we konden overnachten.
We zwierven wat doelloos rond. Plots stonden we voor het Politiecommissariaat. Ook gesloten. Of nee! Er brandde licht. Aanbellen dan maar. Geen beweging. Nog eens bellen. Via de parlofoon weerklonk een stem, van ver. Wat er met ons aan de hand was ? We waren hier gestrand, tegen ons wil. Geen pas om onze reis verder te zetten. De stem klonk onverschillig, verveeld: Ik bel een taxi voor jullie. Na enkele minuten was de stem terug. Dat gaat jullie 400 € kosten. Zoveel hadden we niet op zak! Tot het meest dichtbije station was voldoende.
De stem liet ons in de steek.

We voelden de koude, de regen, de duisternis in ons lichaam kruipen.
We bleven dicht tegen elkaar eenzaam op de stoep wachten.
Een enkeling liep ons voorbij. Onzichtbaar voor hem liep hij ons onverschillig voorbij.
Het leek wel of we uren wachtten.

Eindelijk verscheen een taxi. Eerst betalen, dan pas rijden!, was de groet van de chauffeur.
Eindelijk droog en warm reden we naar een station.
We stapten moe uit, voor de stationshal.
De ontgoocheling liet niet op zich wachten.
We konden niet binnen. Het station was hermetisch dicht.

Opnieuw keken we naar elkaar. Wat nu ?
Het regende pijpestelen.
Schuilen in het bushokje naast het station was voorlopig de beste oplossing.
Onze aandacht werd getrokken door boos geroep. Een aangeschoten paartje liep al ruziënd het bushokje voorbij. De duisternis slorpte al gauw hun gestalte op. Het werd weer stil.

In het bushokje merkten we op dat er recht tegenover ons licht schemerde door de ingangsdeur van een gebouw.
Een hotel! We gingen aankloppen met de moed der wanhoop.
Een nachtportier verscheen achter de deur.
Konden we in de lobby niet wat rusten tot onze trein vertrok?
Hij bekeek ons van kop tot teen.
Toegegeven, we zagen er niet uit. Onze mantels waren doorweekt, ons haar druipte langs ons gezicht. We rilden van de kou.
Hij aarzelde. Een glimp van medelijden verscheen in zijn ogen. Kom binnen. Ga wat in de lobby zitten. Wensen jullie iets warm te drinken?
Zou het lot eindelijk wat meezitten?
Wij volgden hem en zakten dankbaar neer in de eerste de beste sofa.
Een kopje warme chocomelk gaf ons weer zin in een voorzichtige glimlach .
Half vijf. De eerste treinen vertrokken pas om half zes.
Rust nog wat, richtte hij zich vriendelijk tot ons. Ik verwittig jullie wanneer het tijd is.  

Tegen zes uur liepen we alweer richting station.
Onze stappen weergalmden in de grote hal.
Een poetsdame veegde de grond schoon. Ze knikte vriendelijk glimlachend naar ons.
Dankbaar keerden we haar een arme glimlach terug.
Eén enkel loket was open. Een bediende maakte zich rustig klaar voor zijn werkdag.
Hij merkte ons op. Kan ik jullie helpen? Hij knipoogde naar ons. Zijn gezicht straalde gemoedelijk. Hij had er plezier in om ons te bedienen. Kaartjes, trein met bestemming naar, op dat uur, perron zoveel.
Een golf van warmte ging door ons heen.
Onze dankbaarheid was groot. Hij glimlachte verwonderd en knikte naar ons een laatste afscheid.

Enkele stappen later zagen we met opluchting onze trein aankomen.
Eindelijk weer naar huis.
Wat een avontuur!
Van enthousiasme naar ontgoocheling, van absolute verlatenheid naar warme menselijkheid.
En dat allemaal op enkele uren tijd, omdat we onze pas vergeten waren!


Advies of consult? Contacteer ons!